zondag 29 mei 2011

Wat houdt ons tegen om de weg van het Hart te gaan?

Wat houdt ons tegen om de weg van het Hart te gaan?

Deze tekst werd geschreven naar aanleiding van een lezing van Marcel Messing: De mystiek van het hart en het hart van de mystiek. www.marcelmessing.nl

De boodschap van Marcel Messing is in één korte zin samen te vatten: Ga naar binnen en keer terug naar je hart.

Het klinkt eenvoudig. Al eeuwen lang brengen alle mystieke tradities diezelfde boodschap …

Het is in alle talen en met alle woorden geschreven geweest:

Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît pas.

Daal met je hoofd in je hart.

Herinner je wat je bent.

Ben je in staat je geleerde hoofd
Te doen luisteren naar je wijze hart?
-Lao Tzu –



En toch … blijkt dat het aller-moeilijkste te zijn wat er is …

Hoe komt het dat we deze stap zo moeilijk kunnen zetten?

Wat houdt ons tegen om de weg van het hart te gaan?


De langste reis is de reis van het hoofd naar het hart. Het is niet alleen de langste reis, het is ook de pijnlijkste reis. De pijn is wat ons tegenhoudt, wat ervoor zorgt dat we altijd maar omwegen nemen en tenslotte helemaal verdwalen, zelfs niet meer weten waar we naartoe willen uiteindelijk. Het is dan misschien wel de pijnlijkste reis, maar ook de enige verlossende reis … Die 20 centimeters van het hoofd naar het hart kunnen in één moment overbrugd worden … of helemaal nooit… in een leven lang ronddolen in ons hoofd, ons afvragend waar we ergens verkeerd afgeslagen hebben of ons helemaal niks afvragend … steeds meer en sneller naar voren hollend, weg, ver weg van onszelf, ver weg van ons hart … La fuite en avant …

De reis naar het hart is de reis die je maakt door alle pijnen heen waar je in het verleden van gevlucht bent, omdat je de pijn niet kon of niet wilde doormaken. Je verstand mag het dan nog “weten” waar je pijn zit en er heel rationeel mee omgaan, heel redelijk, heel be-grijpend … toch blijft die pijn in je wezen aanwezig, in iedere cel, in je hele lichaam, in je hele universum … en sluit je af, als met een gigantische muur, van je eigen hart, je eigen schat aan wijsheid en levenskunst, je levensvreugde.

Door je pijn gaan, doe je met je hart, met je voelen, met heel je wezen, met iedere cel, je moet er helemaal doorheen, opnieuw en opnieuw tot het helemaal oplost en zich transformeert in Liefde; dat is wat pijn is. Het is de ultieme uitnodiging om te zien, om te ontwaken, om lief te hebben. De pijn doorbreekt alle muren en brengt je rechtstreeks bij je hart. En dat voel je ook. Als je pijn hebt, diepe emotionele pijn, dan doet je hart ook letterlijk pijn.

De angst voor pijn is wat ons tegenhoudt, maar dat vluchten creëert nog meer pijn, een opeenstapeling van nieuwe pijnen, de andere pijnen bedelvend … zodat we soms zelfs helemaal niet meer weten dat het er zit, zo diep in onze kerkers hebben we het opgesloten, achter slot en grendel … en de sleutel weggegooid.

Kwetsbaarheid is wat we nodig hebben om opnieuw onze pijn toe te laten. Ons laten raken, ons laten aan-raken … raken en aanraken gaan altijd recht door het hart … als het echt is tenminste … daarom raakt het ons ook.

Kwetsbaarheid is die kracht, waarvan wij denken dat het een zwakte is, waar we bang voor zijn. Die kwetsbaarheid, dat fantastische potentieel om geraakt te worden, is als het ware de loper, die alle deuren opnieuw kan openen. Die kwetsbaarheid is eigenlijk niets anders dan medeleven voor onszelf, zachtheid voor onszelf, mededogen voor onszelf … onvoorwaardelijke zelfaanvaarding … onvoorwaardelijke Liefde voor onszelf!!

Wie de kracht van kwetsbaarheid meegemaakt heeft en erkend heeft, weet de weg die moet gewandeld worden. Wat niet betekent dat het daarom geen pijn meer gaat doen, maar de pijn zal als verlossend verwelkomd worden, met blijdschap en dankbaarheid beleefd worden … wetende dat het de rechtstreekse weg is naar meer Liefde. De onvoorwaardelijke Liefde waar we allemaal , elk van ons, op zoek naar zijn, sedert de afscheiding.

De afscheiding is iets wat in ons hoofd gebeurd. Dat is wat het verstand doet: indelen, catalogeren, als herinnering vastleggen, maar we zijn vergeten (en dat vooral hier in het westen) om samen met het verstand (dat een prachtig instrument is) vooral vanuit ons hart te leven, vanuit het centrum van de Liefde. “Eerst het hart, dan het verstand”, zegt Toon Hermans met eenvoud en de intense kracht van juiste woorden.

We hebben niet geleerd om met onze pijn om te gaan. Als kind hoorden we: “Je moet flink zijn … gevoelens hebben en tonen is een vorm van zwakheid” … vaak omdat onze omgeving ook niet wist hoe ermee om te gaan. Onze ouders konden meestal zelf niet met hun eigen pijn omgaan, laat staan dat ze ons konden bijstaan in het verwerken van onze pijnen als kind … Onze ouders deden hun best, ervan overtuigd zijnde dat het voor ons het beste was … uit liefde, maar ook uit onwetendheid en onmacht. En zo gaat het al eeuwen door …

De apen en de banaan:

Men neme een kooi met apen. In de kooi wordt een banaan opgehangen. Onder de banaan staat een trap. Het duurt niet lang of er gaat een aap naar de trap. Zodra hij echter een voet op de trap zet, worden alle apen natgespoten. Een poosje later probeert dezelfde aap of een ander het nog eens, met hetzelfde gevolg: wéér alle apen nat. Als er daarna nog een aap de trap op wil, zullen de anderen hem dat beletten. Nu halen we één aap uit de kooi en brengen er een nieuwe in. De nieuwe aap ziet de banaan en wil de trap op. Tot zijn grote schrik springen alle apen hem op zijn nek. Na nog een poging weet hij het: als hij de trap op wil wordt hij in elkaar geslagen. Dan halen we een tweede aap uit de kooi en brengen een nieuwe binnen. De nieuweling gaat naar de trap en krijgt een pak slaag. De vorige neemt enthousiast deel aan de afstraffing. De derde aap gaat eruit en de derde nieuwe komt binnen. Hij gaat naar de trap en krijgt een pak slaag. Twee van de apen die op hem inbeuken, hebben geen idee waarom je de trap niet op mag. Oude aap vier eruit en de nieuwe aap vier erin. Dit gaat net zolang door tot alle apen die ooit het natspuiten hebben meegemaakt zijn vervangen. Niettemin gaat nooit een aap de trap op.
“Waarom niet meneer”?
“Dat doen we hier gewoon niet!
De essentie van het verhaal is dat er nu apen in de kooi zitten die geleerd hebben om van dat trapje en die banaan af te blijven, maar volstrekt geen weet hebben van het waarom (de brandspuit).
"We hebben het altijd zo gedaan, waarom zouden we het anders doen?", maar niemand kan aangeven WAAROM we het ZO doen, en of er niet een betere manier is

In mensentaal zouden we zeggen: “Dat wordt niet gedaan – het is voor je bestwil”



Wat houdt er ons tegen om het eens anders te proberen? We zien dat het van kwaad naar erger gaat in de wereld, terwijl alle spirituele tradities ons zeggen hoe we het wel zouden kunnen proberen te doen. Natuurlijk is het niet zo evident … want het “proberen te doen” moet vanuit de juiste intentie komen, vanuit een diepe, onstuitbare drang naar het “juiste”, naar eerlijkheid, naar zuiverheid, naar echte Liefde … niet vanuit een “angst voor”, of een “goed willen doen” … dat opnieuw een voeden van het ego is, dat zoekt naar herkenning en versterking in alles wat het kan vinden …

Misschien moeten we pijn wel als een soort thermometer zien … als het pijn doet zitten we op de juiste weg … dat soort pijn dat we voor onszelf houden, een soort van diepe pijn dat zo moeilijk onder woorden te brengen is omdat het om een diepe existentiële pijn gaat waar het verstand geen weg mee weet. Die pijn laten zijn, doorvoelen, er in kruipen, er door gaan, het helemaal doorleven, zonder het te veroordelen, zonder er van weg te lopen, ook als we niet weten waar het vandaan komt … het gewoon laten zijn, laten gebeuren … het wel helder onder ogen zien … in stilte en overgave doorleven en aanschouwen, doorschouwen, vanbinnenin, in het felste van de storm … erdoor gaan, het toelaten, erbij stilstaan en stilZijn en de stilte je de antwoorden laten geven. Je ervoor openstellen, in alle eerlijkheid, zonder angst … welk stukje schaduw je van jezelf ook zal tegenkomen. Misschien is het jaloezie, misschien is het angst voor de dood, misschien is het angst om alleen te zijn, angst om niet geliefd te zijn, misschien is het boosheid … wat het ook moge zijn … het niet (h)erkennen leidt alleen tot nog meer pijn … bij onszelf en bij diegenen die ons nauw staan en dierbaar zijn en in de hele wereld en in het hele universum … want dat is wat we zijn.

Wij zijn niet afgescheiden. Wij zijn, elk van ons, alles wat er is – het Universele Bewustzijn, de Bron, God, geef het de naam die je wil … in essentie, die energie die alles geeft … Onvoorwaardelijk, Allesomvattend … Allesgevende Liefde.

In ons Hart is Brahman/Atman … het Al, Liefde in haar puurste niet-vorm …

vrijdag 29 april 2011

Grijs en Grauw

Grijs en grauw
Op een achtergrond van stil verdriet
Een afvragen of het zo wel moet
Of het nu niet anders kan.

Goed wetend dat het zo niet hoeft
Die pijn, dat verdriet, die onmacht
Tegenover wat niet kan zijn
Maar zo is het niet

Wat je wenst ligt voor het rapen
Wordt je aangeboden
Als je het maar wil zien
Als je het maar wil krijgen

Liefde in overvloed
In alle vrijheid
Op jouw maat
Volgens jouw verlangen

Met beide handen
Met heel mijn hart
En heel mijn wezen
Wil en kan ik het je geven

Dat waarvan jij denkt
Dat het niet mag wezen …


(Katy)


maandag 13 december 2010

Zelfonderzoek

Zelfonderzoek.

Wat ik hier met jullie zou willen delen is niet zozeer een samenhangend geheel, maar eerder een paar bedenkingen die bij mij opkomen en die voor mij belangrijk zijn als we het willen hebben over zelfonderzoek en zelfaanvaarding. Een misschien zeer eigenzinnige/eigenwijze kijk erop. Het is misschien zelfs meer een vraagstelling dan een visie … een bevraging, een (zelf)onderzoek op zich …

Al is het iets wat constant bezig is in mij, zelfonderzoek, toch was het niet evident om aan de computer te gaan zitten en om te beginnen schrijven.

Mede door de studies die ik nu aangevat heb, waar trainingsweekenden me uitnodigen om intensief op mezelf te reflecteren, de vele boeken die ik ter hand genomen heb, maar vooral mijn eigen beleving kom ik tot het besef dat zelfonderzoek even uitgestrekt is als het leven zelf. Tenminste als het zo sterk in je leeft dat het als het ware een basisbehoefte geworden is. Alle aspecten van zelfonderzoek benaderen lijkt onbegonnen werk …

Eerlijkheid – bereidwilligheid – verwondering – nieuwsgierigheid – openheid – moed – vertrouwen – liefde - aandacht – compassie – pijn - vergeving – mildheid – niet beoordelend – aanvaarding – stilte – ontmoeting – overgave – relatie – spiegel – vriendschap – kwetsbaarheid – kracht … het heeft er allemaal mee te maken …

Waar te beginnen?

Als we bovenstaand lijstje bekijken lijkt het wel alsof alles een mogelijkheid biedt om onszelf te onderzoeken. En zo is het ook. Toch is het niet zo dat iedereen daarbij stilstaat. Niet iedereen voelt zich aangesproken. Niet iedereen ziet die uitnodiging …

Vanuit het besef, tijdens therapie, dat de oorzaak van mijn problemen, in dit geval burnout, bij mezelf lag ontstond de drang om mezelf ten gronde te leren kennen. Ik had er zo versteld van gestaan dat ik mezelf zo slecht kende en die ontdekking was zo indrukwekkend geweest dat het een ware passie werd.

Zelfonderzoek is iets wat gebeurt vanuit het hart, vanuit mijn wezen, vanuit een diepe drang naar begrip, en misschien nog meer dan naar begrip, vanuit een onstuitbare drang naar compassie en liefde. Een diep innerlijke compassie en liefde voor het leven, misschien zelfs meer dan voor mezelf, omdat ik me realiseer dat het leven meer is dan mijn “ik”, meer is dan “ik” alleen en tegelijkertijd dat ik het leven zelf ben.

Het lukte mij maar niet om te beginnen schrijven tot ik tot het besef kwam dat onderzoek van mezelf altijd plaatsvindt in relatie tot de ander, in relatie met het andere, in relatie met het leven in de heel brede zin.

Misschien dat zelfonderzoek dan eigenlijk niet echt over mezelf gaat … of in ieder geval niet alleen om mezelf gaat. En al zeker niet over mijn ego alleen. Wie ben ik trouwens, buiten de ander waarmee ik in relatie ben? Wie ben ik, zonder al wat er zich “buiten” mij afspeelt? Zonder de ander, zonder al het andere, ben ik helemaal niet. Maar Is er überhaupt wel iets anders, als ik er niet ben? Ik kan alleen bestaan in relatie … en niet in relatie tot of met , maar gewoon in relatie.
“In den beginne is er relatie, en alle leven is ontmoeting” (Martin Buber).

In de vorm zijn we of tenminste zo lijkt het, afgescheiden van elkaar, maar in essentie is er maar Eén, één en dezelfde energie. Zou het kunnen zijn dat die onstuitbare drang naar zelfkennis eerder een onstuitbare, inherente, existentiële drang, een diep smachten naar verloren één-zijn is? De zoektocht naar onze essentie?

Wij zijn altijd in relatie, maar we zijn dat vergeten. In onze, vaak onbewuste, zoektocht naar eenheid, één-zijn, gaan we relaties aan. Gaan we op zoek naar mensen waarmee we ons verbonden kunnen voelen. We spreken ook vaak van onze wederhelft. Maar we worden misleid, we misleiden onszelf, door het valse idee dat we van onszelf hebben. Dat idee, dat ego maakt ons wijs dat we een relatie moeten opzoeken dat ons geeft wat we nodig hebben, dat beantwoordt aan onze noden, dat onze verlangens vervuld. Dat de ander ons moet geven wat wij missen Dat de ander ons heel zal maken. Daartoe zijn we bereid een soort handeltje op te zetten. Als jij mij geeft wat ik denk nodig te hebben, dan geef ik jou wat jij denkt nodig het hebben, als een soort van wederdienst en met een beetje (heel erg veel) geluk komt dat tot een soort evenwichtige relatie … En dat noemen we dan liefde of vriendschap. Maar is dat wel zo … het loopt toch zo vaak fout.

In feite is het niet dat soort relatie dat we zoeken; wat we echt zoeken is een diepe relatie, de oorspronkelijke relatie, de oerrelatie, de diep menselijke ontmoeting waarin we , door de ander onszelf ontmoeten, onszelf leren kennen … om uiteindelijk onszelf te leren kennen voorbij onszelf, voorbij ons ego.

Zelfonderzoek is de ontmoeting met mezelf, via de ander. Elke ontmoeting, echte ontmoeting, eerlijke ontmoeting, vriendschap of liefde, mezelf gevend en open stellend, is telkens een verdieping in mezelf geweest. Telkens ik toegestaan heb dat ik geraakt kon worden, kon ik wat dieper mezelf ontmoeten.

De reacties die we naar een ander toe hebben is altijd een reflectie van wat in ons leeft. Telkens opnieuw nodigt het ons uit om in onszelf te gaan onderzoeken wat er leeft. Telkens weer worden we terug op onszelf geworpen … alsof dat ook ergens de bedoeling is van elke ontmoeting.

Wat is de vriendschap voor een gave? In de eerste plaats verlies ik mijzelf in de vriendschap. De vriend raakt mij. Hij of zij breekt mijn veilige, gecontroleerde en vertrouwde bestaan open en ontrukt mij aan mijzelf. Deze ontrukking is een verrukking en een bevrijding. Ze opent mijn eigen kleine wereld die ik in mijn bewustzijn van de onmetelijke werkelijkheid heb gemaakt. Ze is de ruimte waarin intimiteit plaatsvindt. Een ruimte waarvan ik soms huiver, omdat ze mij naakt maakt en kwetsbaar. (Maurice Knegtel uit “Voorbij willen en weten”)

Helemaal naakt en kwetsbaar kan ik mezelf niet meer wegsteken achter de illusie van mezelf, achter het scherm van mijn ego, de dikke muren waarin ik me ingemetseld heb. Naakt en kwetsbaar word ik door de ander weerspiegelt. Naakt en kwetsbaar krijg ik van mezelf de weerspiegeling terug. Wat is het in dat beeld dat mij een ongemakkelijk gevoel geeft? Wat is het dat mij bang maakt? Is het de ander of ikzelf?

Waarom kunnen we ons zo moeilijk naar de ander openen? Waarom kunnen we onszelf zo moeilijk kwetsbaar opstellen? Waarom laten we onszelf niet raken? Omdat we bang zijn? Bang voor wie? Bang dat de ander ons zou kwetsen? Of bang onszelf tegen te komen?

De vriendschap is ook het verlies van de ander als een object. Een object dat op een veilige afstand van mij staat. Een object dat ik kan observeren, leren kennen, hanteren, manipuleren en onderwerpen aan mijn doelmatige gebruik. Een object dat ik kan benutten voor mijn woede of bevrediging, voor mijn geldingsdrang of tijdverdrijf, voor mijn spelletjes of zelfbeklag, of voor al mijn projecties en de ontsnapping aan mijzelf in mijn eenzame uren. (Maurice Knegtel uit “Voorbij willen en weten”)

In echte vriendschap ontsnap ik niet aan mijn eenzaamheid, noch aan mezelf die ik in die eenzaamheid op een pijnlijke manier tegenkom, maar heb ik juist iemand met wie ik het kan delen.

Vriendschap haalt mij inderdaad uit de veilige zone waarin ik alles onder controle houd, tenminste de illusie van controle. Want controle is een illusie. Controle is een vastklampen aan onechte zekerheden. In vriendschap is de ander geen object meer, maar niet alleen de ander, ook ik niet. Het beeld dat ik van mezelf heb is niet verschillend van het beeld dat ik van een ander heb. Ik geloof ook graag dat ik mezelf onder controle heb. Dat ik mezelf helemaal ken. Dat ik mezelf kan laten doen wat ik wil, vanuit de illusie dat ik weet wat ik wil en dat ik iets kan bereiken. Vanuit de illusie dat ik iemand ben. Vriendschap is hierin een vorm van bedreiging. Vriendschap is niet iets waar ik controle over heb. Vriendschap is iets wat gebeurt. Het is een gebeuren dat mij overkomt en waarin ik, zonder dat ik het beslis, mezelf geef, mezelf openstel, mezelf laat raken. In dat ongewild openstellen kom ik mezelf helemaal tegen. In de weerspiegeling in de ander zie ik mezelf zoals ik ben. In een echte relatie komt het diepste van mezelf naar boven, juist omdat het daar kan en mag. In een echte relatie is die ruimte er opdat ik mezelf zou mogen tegenkomen … omdat in een echte relatie het vertrouwen aanwezig is. Het geeft me de veilige omgeving, de veilige ruimte om echt mezelf te zijn, zonder dat ik me moet rechtvaardigen, zonder angst om beoordeeld te worden, zonder angst voor verlies, want in een echte relatie kan ik alleen maar winnen en de ander ook. Op voorwaarde dat het een zuivere en eerlijke relatie is, waar de liefde voor elkaar sterker is dan de verschillen en de “gedachten”, opinies die we over elkaar hebben. Waarin Liefde belangrijker is dan de “ikken”, de ego’s. Waarin de openheid, de aanvaarding, het respect, het medeleven, de vriendschap … het gebeuren dat tussen ons plaatsvindt, centraal staat. Niet ik of jij, maar jij voor mij en ik voor jou en alles wat daar tussenin ligt en wat er tussen ik en jij gebeurt en wat dat met zich meebrengt.


De wonde is de opening waar het licht in je binnenkomt. ~ Rumi

Pijn is inherent aan het leven. Er zijn verschillende vormen van pijn en verschillende diepten in pijn, maar om welke pijn het ook gaat, pijn is de uitnodiging bij uitstek om aan introspectie te gaan doen, om over onszelf te gaan reflecteren. Zelfonderzoek, introspectie doen we best niet met ons verstand. Het enige wat ons verstand op dergelijke momenten meestal doet is een verhaaltje maken rond ons gevoel, onze pijn. Dat is niet wat we nodig hebben. Het verhaal is meestal maar een aaneenschakeling van drogredenen die de bedoeling hebben ons weg te houden van wat werkelijk gebeurt; Of onze gedachtegang nu positief of negatief is doet er niet toe. Of we onszelf nu kwellen of sussen … het blijven denkbeelden.

Wat er wel toe doet is van te verstillen en bij ons gevoel te blijven. Er onze aandacht aan te schenken, er in te duiken en te gaan luisteren wat het ons te vertellen heeft. Die verstilling, het tot rust brengen van ons verstand, in combinatie met het werkelijk aanwezig zijn bij ons gevoel zorgt er voor dat inzicht kan komen, dat de antwoorden komen. Vaak is het dan ook zo dat als we onze pijn gewoon toelaten, erbij en erin vertoeven, zonder dat het beoordeeld wordt, zonder verhaal er rond, dat het ook vanzelf oplost. Het transformeert zichzelf in … liefde. Pijn is een helende kracht, een helende energie, het signaal dat ons aangeeft dat er iets te helen valt en als we die pijn dan ook gewoon haar werk laten doen, dan volgt heling ook, gewoon vanzelf. Door het niet-verzet, door het niet-doen, door het gewoon te laten zijn en erbij aanwezig te zijn, kan die energie haar werk doen: de oorzaak van de pijn oplossen.

Het toelaten van de pijn maakt ons kwetsbaar, maar die kwetsbaarheid is geen gevaar. Integendeel, de kwetsbaarheid is de kracht, je kan het ook moed noemen, die nodig is om de pijn toe te laten. Het is de deur die zich opent naar je diepere zelf, naar jeZelf, de persoon die je werkelijk bent, achter alle schermen en muren die je rond jezelf opgetrokken hebt, zogezegd ter bescherming van jezelf, maar die je telkens opnieuw afsluit van jezelf, je laat vervreemden van jezelf, waardoor je op de lange duur, gewoon afsterft, dood gaat aan de illusie van jezelf.



De meest fundamentele agressie, het meest fundamentele kwaad dat we onszelf kunnen aandoen is van onwetend te blijven over onszelf door gebrek aan moed en respect om onszelf, in alle eerlijkheid en mildheid te zien zoals we zijn. ~ Pema Chödron

vrijdag 10 september 2010

Ik zou naar je toe willen komen

Ik zou naar je toe willen komen
Bij je willen zijn
Je omarmen
En je zonder woorden zeggen
dat ik van je hou
Met iedere ademhaling
Met heel mijn zijn

Ik zou naar je toe willen komen
Bij je willen zijn
Omdat ik je kwetsbaarheid ken
En het samen met je willen dragen
Willen voeden
Opdat je er sterker zou in zijn

Ik zou naar je toe willen komen
Zonder je te storen
Er gewoon zijn
Zonder er te zijn

Ik zou naar je toe willen komen
Bij je willen zijn
...
Maar ik ben er al …
Altijd ...
Met heel mijn Zijn

Hopelijk zonder te storen …

Want eigenlijk ben ik het niet ...

Brief van onszelf aan onszelf

Brief van onszelf aan onszelf.

Door ons vast te klampen aan onze ideeën van wat we zijn, aan wat we denken te zijn, zien we de essentie van wat we zijn over het hoofd.

Wij zijn niet wat we denken te zijn, niet onze ideeën, niet ons ego
Wij zijn niet ons lichaam
Wij zijn geen losstaande entiteit tegenover alle andere entiteiten

Wat we werkelijk in essentie zijn omvat alles. Wij zijn in essentie de energie dat het bestaan zelf toelaat en creëert. Die energie, die in essentie pure Liefde is, omdat ze alles geeft, transformeert zich, materialiseert zich in alles wat is. Het materialiseert zich in alle mogelijke vormen die er bestaan, in ons menselijk lichaam, maar ook in alle andere menselijke, niet-menselijke, levende, niet-levende lichamen of niet-lichamen, dingen of niet-dingen. Alles is deze energie, deze Liefde. Het omvat van het kleinste deeltje van een molecule tot het geheel van het heel-al.

Al deze ogenschijnlijke verschillende lichamen, dingen, onderdelen van het geheel zijn niet van elkaar te scheiden, want allen doordrongen en gecreëerd door dezelfde energiebron. Ze kunnen wel qua vorm van elkaar worden onderscheiden, maar zijn niet van elkaar te scheiden.

Ons verstand, kan daar niet bij, omdat het doel, de taak van het verstand juist is van onderscheid en verdeling te maken om alles mooi in vakjes te plaatsten zodat wij, als vorm toch voor een stuk in de veelheid van vormen zouden kunnen functioneren, maar alleen maar dat, niet meer. Het verstand is er om ons hierin te dienen, maar meer niet. Het verstand is er niet om de leiding te nemen en alles zo overtuigend in te delen, te verdelen en te etiketteren dat we de werkelijkheid niet meer voor ogen kunnen zien.

Maar dat is wel wat er gebeurt. We zijn de capaciteit verloren om het geheel te zien, om te zien zonder het verdelen van het verstand.

We zijn gaan geloven dat onze ideeën, onze verdelingen, ons fichenbakske dat ons geheugen is, een opslagplaats van verdelingen, dat dat de realiteit is.

We zijn er zo sterk in gaan geloven dat we onze verbondenheid met alles, onze onderlinge relaties niet meer kunnen aanvoelen … dat we eigenlijk zo goed als niets meer kunnen aanvoelen, behalve dan datgene wat ons denken ons aan emoties voorschotelt.

We zijn zo sterk gaan geloven in de illusie dat ons denken alles kan ordenen voor ons, alles kan controleren, dat we vergeten zijn wat we in essentie zijn en wat ons bindt … wat echte relatie is, wat echte verbondenheid is. We gaan geen relaties aan, dat denken we alleen maar. We ZIJN in relatie. Wat wij denken dat een relatie is, is slechts een gedachtenspel, een rollenspel tussen entiteiten die elk van hun ideeën over zichzelf overtuigd zijn. Relatie IS gewoon, omdat alles wat is RELATIE is, verbondenheid is, omdat alles doordrongen en gecreëerd is door dezelfde Liefdesenergie. Liefdesenergie die onze essentie is, die voor iedereen en alles gelijk is en ons onmiskenbaar en onlosmakelijk verbindt.

We zijn zo sterk in het gedachtenspel gaan geloven dat onze gedachten onze zekerheden geworden zijn, maar niets … NIETS is zo vluchtig als een gedachte, niets is zo veranderlijk als een gedachte, zo vluchtig dat we ons vaak zelfs niet meer kunnen herinneren welke gedachten we net gehad hebben …

We zijn ons zo sterk met onze gedachten gaan vereenzelvigen dat we vergeten zijn, dat wanneer onze gedachten heel even stilstaan, dat we ook dan bestaan … dat we dan ook pas ECHT bestaan.

Onze overtuigingen staan onszelf in de weg, staan onze natuurlijke onderlinge relatie in de weg, staan onze verbondenheid in de weg …. Niet dat we die verliezen, maar we zijn er ons niet meer van bewust … zo sterk zelfs dat als ze zich toch heel concreet aan ons voordoen, in de vorm van vriendschap of van echte Liefde bijvoorbeeld, dat we er bang voor zijn, dat we het zo snel mogelijk willen controleren, willen verdelen, dat we het zelfs verdringen en er afstand van willen nemen als blijkt dat er geen controle over te hebben valt …. Om toch maar in onze illusie van controle te kunnen blijven geloven …



Ons verstand dwingt ons afstand te nemen van wat op natuurlijke wijze IS, verbondenheid, relatie, éénheid, één-zijn, samen één-zijn.

Wat we zijn is net dat wat toelaat dat alles kan zijn. Alleen ons denken verzet zich daartegen. Ons eigen denken verzet zich tegen wat we zelf gecreëerd hebben, niet wij als entiteit of als ego, maar als essentie waaruit alles ontstaat. Wij verzetten er ons tegen enkel en alleen omdat ons denken de omvang van het geheel niet kan bevatten, niet kan omvatten, niet kan ordenen, niet kan controleren … natuurlijk kan het dat niet, dat is ook haar taak niet, dat valt ver buiten haar mogelijkheden !!!

Alles wat is, is in relatie tot alles. Is relatie op zich. Is Liefde, pure Liefde op zich. Omdat wijZelf het gecreëerd hebben, wijZelf als essentie, als pure Liefde-bestaansenergie.

Alleen in het zien van wat is, kan innerlijke rust, vreugde … echte Liefde (onze essentie) ervaren worden.

In Liefde …

Wij aan ons

zaterdag 7 augustus 2010

De weg naar mezelf ...

Dit is slechts het weergeven van een verhaal, het verhaal op zich is van geen belang, het is slechts een verhaaltje, zoals een sprookje … om te komen tot het moment waarin ik mij nu bevind … in een sprookje is het verhaal ook niet van belang, maar enkel wat ervan overblijft, de essentie …


De weg naar mezelf …

Het gebeurt vaak na een ingrijpende gebeurtenis: het verlies van een dierbare, een zware ziekte, burnout, een zwaar ongeval … het dwingt ons ertoe om te stoppen, en we stellen ons vragen over de zin van het leven, over wat het leven eigenlijk is, of het wel de bedoeling is om het leven te leven zoals we dat tot dan toe gedaan hebben?

In mijn geval was het burnout gecombineerd met het overlijden van mijn vader. Enkele maanden na het overlijden van mijn vader moest ik gedwongen met ziekteverlof. Ik was nergens nog toe in staat: burnout. Ik stelde mij niet onmiddellijk die vragen. Dat kwam pas later, toen ik al even in therapie was. Ik was er eerst vast van overtuigd dat alles opnieuw zou worden zoals voorheen en dat mijn leven terug zijn normale gang zou gaan zoals het vroeger was. Ik wilde vooral niet veranderen. Ik wilde dat alles opnieuw zou worden zoals het was. Het was pas na enkele maanden dat ik inzag dat het niet opnieuw zou kunnen zoals vroeger, en dat ik dat vooral niet meer wilde. Een leven waar alleen maar gewerkt en gepresteerd mocht worden en waar geen enkel aandacht naar jezelf, je gezin of naar het leven zelf ging was niets meer voor mij. Ik had stilaan kennis gemaakt met zelfzorg, zelfaanvaarding, zelfonderzoek … en vooral met wat het leven was, in alle eenvoud, maar zo intens.

Via therapie en lectuur ontdekte ik wat het ego was en ook dat er meer was dan het ego alleen. Ik was meer dan wat ik dacht te zijn. Dankzij het boek “De kracht van het NU” ontdekte ik een trucje dat mij ervan bewustmaakte dat ik inderdaad meer was dan enkel mijn ego. Dat het ego slechts een “gedachte” was, een concept gemaakt door het verstand, een verhaaltje over mij door mijn verstand in elkaar gestoken, als soort mnemotechnisch trucje van mijn geheugen om informatie aan elkaar te rijgen.

Het trucje van Eckhart Tolle leerde mij om vanuit mezelf naar mijn eigen ego te kijken. Met dat trucje werd ik er mij van bewust dat gedachten, emoties, gevoelens slechts van zeer voorbijgaande aard waren, zo snel kwamen en gingen dat dat onmogelijk de essentie van mezelf kon zijn. De essentie van mezelf moest datgene in mij zijn dat onveranderlijk was, dat niet onderhevig was aan tijdsgebonden veranderingen. Ik werd er mij van bewust dat mijn ego de wolken waren en ikzelf de lucht achter de wolken moest zijn …



Heel lang dacht ik hiermee “Het” antwoord te hebben op wat ik was, had alleen nog niet door dat ik daarmee nog niet wist wat die achtergrond achter de wolken dan wel was.



In de zomer, twee jaar geleden zouden een aantal “gebeurtenissen” determinerend gaan zijn voor mijn verder onderzoek naar wie of wat ik nu eigenlijk in essentie ben, wie of wat wíj in essentie zijn. Ik had al een heel sterk vermoeden, had er veel over gelezen en dacht dat ik het stilaan wel begreep. Maar het denken was er teveel aan, of was in alle geval niet voldoende. Het denken kon mij niet tonen, niet wezenlijk laten weten, niet laten (be)leven wat we in essentie zijn. Toch kon ik het aanvoelen, herkennen als ik het tegenkwam in boeken of bij mensen …

Diep in mij, geleidelijk aan was iets gaan ontwaken … er was een rust in mij, een diepe kalmte, een stille achtergrond, een sereniteit die ervoor zorgde dat alles goed was, altijd. Hoe turbulent mijn ego soms ook was, het was altijd goed. Ook als er pijn was, verdriet, onmacht, onzekerheid, twijfel… het werd allemaal omarmd en met een diep gevoel van Liefde en begrip omringd en opgevangen. Het was niet de liefde waar in vele boeken over geschreven werd. Het was niet een artificiële, geforceerde “Je moet van jezelf houden” houding. Het was Liefde die als het ware uit het niets kwam, diep vanuit mezelf, vanuit een ongekende bron diep in mezelf …

Die Liefde en dat begrip waren er niet alleen voor mezelf. Het was er voor alles en ook voor iedereen, tenminste op momenten. Ik kon naar buiten stappen en opeens diep geraakt worden door het wonder van een straatsteen, alsof ik in die straatsteen het wonder van het leven, van de schepping, van de oorsprong van alles kon voelen. En ook voelen is niet echt het juiste woord … ervaren ook niet, het was een ander soort ervaren dat wat we met onze zintuigen doen, of met het verstand kunnen bevatten … het kwam als een soort inzicht, een totaal andere perceptie … een ervaren voorbij zintuigen en een begrijpen voorbij het verstand … dat in woorden niet kan gezegd worden …

Het kwam als een enorme schok toen ik op een dag, terwijl ik aan het lezen was, even opkeek en naar een foto keek die tevoorschijn kwam op het scherm van mijn computer. Het was een foto van de tweede man van mijn moeder. Iemand waar ik nooit echt van gehouden had (zo wist ik) en waarmee ik altijd problemen had gehad. Tot mijn eigen grote verbazing kon ik alleen maar Liefde voelen. Ik was zo onthutst dat ik bij mezelf dacht: hier is iets niet juist en om het te checken dacht ik onmiddellijk aan de tweede persoon waar ik het zo moeilijk mee had, de tweede vrouw van mijn vader en voelde net hetzelfde. Even vreemd was het als ik naar de tafel keek en zag wat die tafel was. Ik kende de tafel. Natuurlijk kende ik die tafel. Het was mijn tafel! Maar het was een ander kennen, een ander zien. Ik herkende de tafel, herkende iets, maar wist nog niet wat, dat zou pas later komen … later op de dag keek ik naar de regen buiten en ik was de regen …
Ik was helemaal van de kaart en heb de rest van de dag in een soort shocktoestand verkeerd … al hetgeen waar ik zo zeker van was geweest viel als een kaartenhuisje in elkaar, werd volledig van de tafel geveegd; Ik herinner mij dat ik later nog heb gezegd dat er ook een diep verdriet was. Het was een beetje als sterven, zei ik … iets in je sterft, datgene wat alles dacht te weten, dat al die zekerheden had, was gestorven … voor even toch.


Het was een periode waarin ik elke ochtend bij zonsopgang in de velden hier in Zaventem ging wandelen. Op een ochtend was ik op stap en kwam voorbij die prachtige witte rozen bij het OCMW. Ik streelde er eentje en toen overviel het mij opnieuw. “Ik ken die bloem”, zei ik bij mezelf. Ik herkende de bloem. Ik herkende mezelf in die bloem. De bloem en ik waren hetzelfde. Ik wandelde verder en was het huis dat ik zag, de straat waarop ik liep, de auto die voorbijreed
…



Bij de velden aangekomen werd het gevoel alleen maar sterker. Ik ga hier gewoon aanhalen wat ik die dag zelf heb neergeschreven: “Ik kijk naar de planten … de wind doet ze in mijn richting buigen… Ze lijken lichtjes naar mij te zwaaien, mijn aandacht te willen trekken, het lijkt verbazingwekkend bewust te gebeuren, gewild!! … en ik herken ze. Dat ben ik!! Ik kijk naar de vogels en herken ze. Ik hoor ze fluiten en herken het. Ik kijk naar het gras en herken het. Ik kijk naar de lucht en herken het. Ik herken mezelf, in alles, zuiver. Ik herken wat ik werkelijk ben. Niets en alles tegelijk! De essentie van wat ik ben, de essentie waaruit alles bestaat. Ik herken Het in alles. Ik zie Het in alles. Ik voel Het in alles. … En ik voel de wind, de zachte, intense streling van de wind alsof het mij diepgaand wil geruststellen. Ik voel dat er iets moet komen. De wind lijkt mij te verwittigen en zegt: “Ik ben Het! Laat het maar gebeuren…”. Ik kijk naar de hemel en …..… ik kan het alleen maar ondergaan, het mij laten overrompelen, het ontzaglijke weten omhelst mij vanbinnen en vanbuiten, laat mij van binnenuit exploderen, volledig opengaan. Het lijkt wel of mijn lichaam te klein wordt, zo immens voelt het vanbinnen. De tijd staat stil …. Er is geen tijd meer, geen ruimte, de wind, de lucht, de vogels, het gras, de aarde … zelfs Katy … het is allemaal hetzelfde, allemaal één, geen verschil, geen onderscheid!! Het is alsof niets er is en toch is alles aanwezig … alles als één, Vol-ledig …
En ik ween, heel mijn lichaam schokt … het komt als een schok en beroert heel je wezen, doordringt iedere cel … het lijkt op een schokgolf die door je heen gaat …
Daar sta ik dan. Compleet als van “het hand Gods geslagen”!! Ik ben heel de wereld, het hele universum. Heel het universum is mij, geen onderscheid meer… niets bestaat op zich, alles is één.
Ik voelde mij diep nederig …“Waarom ik? Wie ben ik om dit te mogen meemaken?”. En het antwoord kwam onmiddellijk. “Ik ben niemand!” … En een grote vreugde vulde mij. En ik glimlachte en weende tegelijkertijd, bevangen door dankbaarheid en blijdschap. Ik werd grondeloos leeg en stil en strompelde terug naar huis. Alles leek irreëel en toch zo aanwezig. “Ben ik nu dood?”dacht ik.

Hoe sterk en indrukwekkend de ervaring ook was, het was niet meer dan dat, en vooral het was van voorbijgaande aard. Heel even leek het alsof ik gestorven was. Heel even leek het alsof mijn ego gestorven was. Heel even was het alsof ik God was. Niet ik als ego, niet “kijk eens ik ben God almachtig”, maar heel even was “ik” er niet en was het de goddelijke oorsprong, de oerbron, het niets waaruit alles ontstaat dat zich kenbaar maakte … heel even was er alleen maar Zijn, was er alleen maar dat waaruit alles ontstaat, dat wat alles geeft … heel even was er alleen oneindige allesgevende Liefde.

Heel even …




Heel snel herpakt het ego zich, zo snel dat je je er niet van bewust bent en recupereert alles wat je juist hebt meegemaakt om het te gaan gebruiken.
Het ego is krachtig en laat niets onbenut. Voor je het door hebt is het ego terug heer en meester.

Opnieuw dacht ik, na die belevenissen, dat ik het gezien had, dat ik het nu eindelijk wist, dat ik nu eindelijk begrepen had wat ik was, hoe het leven in elkaar zat en dat het nu zuiver door me leefde. Dat ik het ego door had, dat ik wist wanneer en hoe het werkte en dat ik het voor een stuk misschien zelfs onder controle had.

Het gevoel voor diep begrip en liefde voor alles en iedereen werd sterker. Ik zag mooi hoe het ego in zijn werk ging bij anderen en was er vast van overtuigd dat ik het voor mezelf ook wist….
Dat is juist de grote valstrik …de oude denkbeelden worden gewoon vervangen door nieuwe denkbeelden en ik was er net zogoed door gevangen genomen als door de oude denkbeelden. Het ego, het denkend verstand had het allemaal gerecupereerd om mij opnieuw te ketenen ...

Het heel sterke, zuivere gebeuren dat ik heel even zo puur had mogen ervaren was reeds omgebouwd naar een nieuwe gevangenis, een nieuw geloof waar ik mij aan vastklampte … en alles wat ik las versterkte dat geloof, bevestigde het en ik stond weer rotsvast in mijn ego, zonder het door te hebben. Het verhaal klinkt dan wel mooier, maar het is nog steeds een verhaal.

Op zeker moment, waarschijnlijk als de tijd er rijp voor is komt dan een enorme twijfel … is de tijd er om ook deze zekerheden weer helemaal onderste boven te gooien en ik besefte dat ik zolang was beetgenomen. Ik besefte dat er iets fundamenteels ontbrak aan mijn “theorie”, aan mijn “weten” …
Wat ontbreekt is het “wezen”, het “Zijn”, het “leven” vanuit dat wat je bent. De diepe overtuiging, hoe juist die ook mag zijn, kan pas echt juist zijn en helemaal juist tot uiting komen als het vanuit een spontaan leven ervan komt, vanuit het wezen ervan zelf, vanuit het zuivere Zijn …

Dit nieuw besef gaat via een moment van intense destabilisering. Het is een soort innerlijk gevecht tussen het Zijn, het wezen, dat niet echt vecht, maar zichzelf duidelijk kenbaar wil maken en zich naar voren brengt en het ego dat spartelt en zich met alle macht ertegen verzet.

Het voelen en het denken gaan transformeren en worden een voelen en een denken vanuit het diepste van je wezen …

Ik kan mij ertegen verzetten of ik kan eraan toegeven en erop vertrouwen dat het goed is, hoe pijnlijk en verwarrend het ook even kan zijn, maar het vertrouwen is er dat het mij alleen maar dieper in mezelf kan brengen, dichter bij mijn diepere Zelf … en het diep vertrouwen is er dat het hoe dan ook goed is.

Dat vertrouwen komt ook vanuit het diepste van mezelf. Het is de Liefde waarvan ik weet, met een weten dat niets met verstand te maken heeft, dat het aan de basis van alles ligt …

Zo word ik stilaan meer en meer bewust van hoe fel ik nog in mijn ego sta. Het is mij nog niet altijd duidelijk wanneer het mij helemaal overneemt maar heb het gevoel dat ik mij opnieuw kan openstellen, dat ik de veilige weg van de zekerheden van het ego kan verlaten en de onzekerheid van het onbekende toelaat … dat ik er vertrouwen in heb dat het goed is, ook al ziet het er even niet zo goed uit.

Ik probeer alles eerlijk te bekijken en aandacht te geven, ook als het even niet lukt om die rustige aandacht te geven. Ik laat alles toe en leef! Eindelijk leef ik … sta ik het mezelf toe! En soms nog vergeet ik het. Ik ben er mij niet altijd van bewust, maar de stille achtergrond, de diepe rust, Liefde begeleiden me. Ik ben ook heel dankbaar dat ik dit kan delen met mensen die mij hierin kunnen steunen en begeleiden. Ik laat alles gebeuren zoals het komt en sta er middenin en beleef het heel intens, zo bewust mogelijk … zeker van één ding: het is altijd goed … zelfs als het er niet altijd even goed uitziet … het is altijd Liefde, allesomvattende en allesgevende Liefde.

De weg naar mezelf … is die Liefde (die ik ben) (h)erkennen, toelaten en vertrouwen …

dinsdag 8 december 2009

Over het denken

Inleiding over het denken.


Het denken is een uitstekende dienaar, maar een slechte meester.


"We can't solve problems by using the same kind of thinking we used when we created them." – Albert Einstein
“We kunnen geen problemen oplossen met hetzelfde soort denken als waarmee we de problemen gecreëerd hebben.” – Albert Einstein

Deze tekst is ontstaan vanuit een specifieke vraag: Hoe kan ik mijn verstand tot rust brengen? , en vanuit het besef dat we al te vaak door het denken beheerst worden en dat we het niet zomaar kunnen stopzetten. Het is geen knop die je aan of uit draait. Het houdt ons uit onze slaap, uit onze concentratie, het creëert stress, maakt ons vaak ongelukkig, of bezorgd … houdt ons in ieder geval bezig, terwijl we eigenlijk innerlijke rust nodig hebben.


Onze problemen en ons lijden worden veroorzaakt door dat denken; het denken dat van alles een verhaal maakt en waarmee wij ons gaan vereenzelvigen. Ons ego is de som van alle ideeën die we over onszelf hebben en waarmee we ons zijn gaan identificeren, de som van alle ideeën die we door ervaring, herinneringen, opvoeding hebben opgedaan.

Om opnieuw tot innerlijk rust te komen, ons uit ons lijden te verlossen, moeten we ons denken tot rust kunnen brengen, moeten we de stroom van gedachten, die ons constant overrompelt, kunnen stoppen.

Vooraleer we zoeken naar manieren om dit te kunnen (en daar zijn talrijke tips voor), is het misschien interessant om even stil te staan bij ons ego en ons verstand. Het verstand is zo’n krachtig en fantastisch instrument, en toch zorgt het ogenschijnlijk tegelijkertijd voor zoveel problemen en voor zoveel leed. Toch is het onmogelijk om zonder ons verstand in deze wereld te functioneren. Het lijkt een onoplosbare tegenstrijdigheid te zijn. We hebben ons verstand nodig en tegelijkertijd helpt het ons de dieperik in.

Op dit punt is het misschien interessant om na te gaan wat dat verstand eigenlijk is en vooral hoe het werkt. Ramesh Balsekar, een Indische advaita leraar, maakt hier een onderscheid tussen het “werkend verstand” en het “denkend verstand”. Balsekar maakt hetzelfde onderscheid voor het ego. Hij spreekt over een “werkend ego” en een “denkend ego”. Voor alle duidelijkheid zouden we misschien beter spreken over het “werkend verstand en ego” en het “fantaserend verstand en ego”, omdat hier in het Westen het woordje “denken” heel hoog aangeprezen staat, en dit zou tot verwarring kunnen leiden. Want het is juist dat “denken verstand en ego” waar Balsekar het over heeft, dat zoveel leed veroorzaakt.

Hier laten we balsekar even zelf aan het woord:
“Het woord ego is in een slecht daglicht komen te staan. Dat komt omdat we het woord niet begrijpen. Ego, geïdentificeerd met het lichaam is het werkverstand en een noodzakelijke voorwaarde voor het lichaam om te kunnen functioneren. Wat er in het geval van verlichting ontbreekt, is het denkverstand, dat nimmer in het nu leeft. Het werkverstand leeft altijd in het nu en doet wat er op dat moment noodzakelijk is. Het denkverstand leeft altijd in het verleden of in de toekomst.
U moet werkelijk begrijpen wat bedoeld wordt met ego. Ego als een uitvoerend orgaan, als het werkverstand, moet bestaan. Als men je met je naam aanroept zal je je omdraaien. Het is noodzakelijk dat je je identificeert met je lichaam, maar enkel om te kunnen functioneren. Alleen het ego als denkverstand, dat denkt aan de consequenties, dat denkt als persoon die handelt, dat ego is de oorzaak van alle ellende.”



We moeten dus een duidelijk onderscheid maken tussen het fantaserend denkverstand of het denkego en het werkverstand of werkego.

Het werkend verstand of ego, is volgens Balsekar, de opslagplaats van erfelijke aanleg, je fundamentele natuur, en van alle conditionering die daarna plaatsvindt door ervaring, opvoeding, beschaving en alles wat er op dit moment met ons organisme gebeurt. Het is wat werkt, denkt, ageert. Het is dynamisch en verandert constant, gevoed door elke nieuwe ervaring.
Het werkend verstand doet wat er op dat moment nodig is, en meer niet. Het rekent, schrijft, ageert, maakt plannen als er gepland moet worden, zorgt ervoor dat we op tijd op ons werk komen, dat we afspraken respecteren ed… maakt dat we kunnen functioneren, aan de hand van alle opgeslagen informatie, maar creëert geen verhaal en geen problemen waarmee we ons kunnen identificeren. Het staat tot onze dienst.
Stel dat we nu heel fier zijn op dat geweldig verstand van ons en dat we ons met dat verstand gaan identificeren, dan is dat ons fantaserend/denkend verstand dat is beginnen werken. We staan er gewoon niet bij stil dat het gebeurt, maar het gebeurt. Het gebeurt constant. Zodra er een verhaal gecreëerd wordt waarmee wij ons identificeren is het fantaserend/denkend verstand aan het werk. Het werkend verstand zal dergelijke bedenkingen niet maken.
Stel dat we in de wagen ergens naartoe rijden en dat we in een file terecht komen , dan zal het fantaserend/denkend verstand zich beginnen ergeren, zal klagen over de verschrikkelijke situatie van het verkeer hier in België … maar zal geen oplossing bieden. Het werkend verstand zal daarentegen, als het er de kans toe krijgt, opteren voor de meest efficiënte oplossing: zal naar een alternatieve route zoeken en als blijkt dat er geen is, zal het opnieuw tot rust komen en zullen we berusten in het feit dat er op dat ogenblik niets anders op zit dan rustig de situatie te aanvaarden. Dan komen we bij een bekende uitspraak: “Geef mij de kracht om te veranderen wat veranderd kan worden. Geef mij de moed om te aanvaarden wat niet veranderd kan worden en geef mij de wijsheid om het onderscheid te kunnen maken tussen beide.” Marcus Aurelius
Het werkend verstand komt in actie wanneer het nodig is, kiest voor de meest efficiënte oplossing, doet wat het moet doen en komt dan opnieuw tot rust. Het laat plaats voor de stilte. Het werkend verstand kan ook alleen efficiënt werken als het kan werken tegen de achtergrond van die stilte. Als het fantaserend/denkend verstand met van alles bezig is, kan het werkend verstand zijn werk niet goed doen. Men zegt dan dat men niet geïnspireerd is. Dat komt gewoon omdat het fantaserend/denkend verstand de inspiratie in de weg staat. Inspiratie die altijd uit de diepe bron van de Stilte komt. Het is ons misschien al wel opgevallen dat als we naar een oplossing voor een probleem zoeken, die oplossing zich meestal aanbiedt als we even gestopt zijn met eraan te denken, als we even iets anders zijn gaan doen, bijvoorbeeld een koffietje zijn gaan zetten, of even naar toilet zijn geweest. Dan nemen we even afstand van het probleem, en dan vooral van het denken over het probleem, zijn we heel even stil geworden, ook al zijn we ons dat niet echt gewaar en biedt zich meestal onmiddellijk nadien een heel creatieve oplossing aan.
Het is belangrijk dat we heel aandachtig zijn en dat we ons bewust worden welk denken aan het werk is. En het is niet altijd zo evident, want het is niet alleen in negatieve situaties dat het fantaserend/denkend verstand in actie treedt. Het doet dat ook in situaties die door ons als positief ervaren worden. Het meest klassieke voorbeeld is verliefd worden. Heel vaak zijn we als we verliefd worden, helemaal niet meer in staat de werkelijkheid te zien zoals die is. We zien die dan door een roze bril. Hoe aangenaam dat ook mag zijn op dat ogenblik, toch is het ook daar vaak het fantaserend/denkend verstand dat aan het werk is en ons blaasjes wijsmaakt over hoe fantastisch hij of zij wel is, hoe gelukkig we nu wel zijn, hoe onmogelijk het is om zonder hem of haar te leven … en terwijl we van de geliefde persoon verwijderd zijn creëren we een ideaal beeld van de geliefde, die in onze ogen uiteraard helemaal perfect is. Al heel snel, of soms minder snel, blijkt dat de geliefde niet helemaal aan dat ideaal beeld kan beantwoorden en daar gaat onze mooie positieve droom … het ontwaken uit de droom kan hier bijzonder pijnlijk zijn. Vaak zo pijnlijk dat verliefdheid plaats maakt voor haat en wrok, voor alle pijn dat die persoon ons gedaan heeft, terwijl wij eigenlijk diegene zijn die al die positieve kenmerken aan die persoon toekenden en ze dan ook van hem of haar eisten … Dat is het werk van het fantaserend denkverstand of ego.


Maar waar komt dat fantaserend/denkend verstand of ego nu vandaan?
Vanaf het moment dat we geboren worden, is ons verteld dat we een persoon zijn en kennelijk gaan we dat op een bepaald moment ook geloven. Met de persoon bedoelen we: een afgescheiden iets, gevangen in een body-mind, die met de wereld moet onderhandelen om zijn belangen veilig te stellen. Het fantaserend/denkend verstand of ego is een gevoel dat in ieder van ons (of toch bijna) ontstaat wanneer we ongeveer tweeënhalf jaar oud zijn. De enige functie ervan is zich de opbrengst van het werkend verstand toe te eigenen als zijnde onze eigen schepping. Het werkend verstand denkt, handelt en reageert. Het fantaserend/denkend verstand eist het auteurschap op en zegt: “dat heb IK gedacht. Dat heb IK gevoeld. Dat heb IK besloten. IK ben diegene die dat allemaal heeft gedaan”. In onze opvoeding wordt dit ook constant aangemoedigd. “Dat heb je goed gedaan, Liefje” of “Dat mag je niet doen. Das is niet goed.” Dit wordt uiteraard met de beste bedoelingen gedaan. Toch is het een ongerechtvaardigde stelling, maar die ongerechtvaardigde stelling geeft ons (dit lichaam) “auteurschap”.
Eerlijk en eenvoudig onderzoek brengt al snel aan het licht dat het organisme niet zelf zijn erfelijke aanleg heeft gecreëerd, noch zelf voor de enorme hoeveelheid conditionering, opvoeding, ervaring heeft gezorgd. Dat zou het onmogelijk hebben gekund. Maar toch eist het fantaserend/denkend verstand, het fantaserend/denkend gedeelte van ons ego het doenerschap op. Hij zegt:” IK ben degene die beslist. IK ben degene die voelt. IK ben degene die denkt”. Daarmee gaat natuurlijk ook de angst gepaard van:” Als IK het nu eens niet goed doe? Als IK het nu eens verknal?” En de schuldgevoelens: “IK heb het niet goed gedaan. IK had het anders kunnen doen, maar IK heb het niet gedaan.” We kunnen ons de vraag stellen: Wat zijn we in essentie? Een wezen of een doener?
Het werkend en het fantaserend/denkend verstand zijn één en hetzelfde verstand, maar het wordt anders gebruikt, vanuit een andere bron. Het fantaserend/denkend verstand is het verstand dat vanuit het pseudo-auteurschap werkt, het probleemmakend denken, terwijl het werkend verstand ageert vanuit de diepe bron van het Zelf.


Het leek ons interessant even bij dat onderscheid van werkend en fantaserend/denkend verstand te blijven stilstaan opdat we er ons bewust zouden kunnen van worden. Het verstand is dus niet ‘op zich’ tegelijkertijd heel nuttig en behulpzaam en heel negatief en destructief. Het hangt ervan af welk verstand er aan het werk is. Ons hiervan bewust worden is een eerste en belangrijkste stap naar een beter begrip van ons verstand. Eens we er ons van bewust zijn “welk” verstand nu eigenlijk aan het werk is, zullen we merken dat het fantaserend/denkend verstand of ego minder en minder vat op ons zal hebben. We zullen merken dat het fantaseren heel snel zal ophouden als we er bewust naar kijken.


Dit brengt ons opnieuw naar ons oorspronkelijke vraag: Hoe brengen we ons verstand (dat fantaserend/denkend verstand dan voornamelijk) tot rust?

We zouden deze vraag op veel verschillende manieren kunnen formuleren, maar de essentie ervan is eigenlijk dat, als we ons denken tot rust kunnen brengen, dat we dan ook automatisch toegang krijgen tot onze diepe bron, de Stilte, die onmetelijke ruimte van mogelijkheden, van potentieel, dat ervoor zorgt dat we ongelooflijk vindingrijk en geïnspireerd kunnen zijn als we er toegang toe hebben. Soms komt het automatisch naar de oppervlakte zonder dat we het echt door hebben, maar ook dan gebeurt het omdat we, meestal weer zonder er ons bewust van te zijn, er toegang toe hebben gekregen door heel even stil te zijn vanbinnen. Als we toegang krijgen tot die diepe Stilte zal ook ons verstand veel efficiënter kunnen werken, want het zal niet meer gedwarsboomd worden door het fantaserend/denkend verstand.

Hoe kunnen we nu ons denken tot rust brengen? Het is belangrijk dat we naar manieren, hulpmiddelen gaan zoeken om ons te helpen bewust te worden dat wij het denken niet zijn. Dat als het denken stopt, al was het maar heel even, wij er nog steeds zijn, levend en wel. Dat we dan zelfs , en meer dan tevoren, bewust Zijn! Alles wat we nu gaan ondernemen om ons van ons denken bewust te worden en te bevrijden kan trouwens alleen van uit dat Bewust Zijn gebeuren, vanuit die diepe Stilte waaruit alles gebeurt en ontstaat. Als dat niet het geval zou blijken te zijn, dan gebeurt het opnieuw vanuit ons denken en is het denken ons opnieuw aan het gebruiken. Alleen wat vanuit het Zijn gebeurt is authentiek en niet gemanipuleerd door ons denken.

Van jongsaf aan is ons geleerd om alles te labelen en in vakjes en verhaaltjes te stoppen. Wat tot op een zeker punt ook nuttig is om niet telkens opnieuw te moeten leren wat iets is, maar daardoor zijn we nu wellicht niet meer in staat om zuiver te kijken en te zien. Wellicht zien we alleen nog het etiket en niet meer het wezen op zich, laat staan dat we de levendigheid en de aanwezigheid ervan kunnen ervaren. Het labelen doodt als het ware het zuivere waarnemen. In de plaats van te zien wat er is, zien we enkel nog het etiket, het concept dat ons denken ervan gemaakt heeft, en aanzien dat concept als de werkelijkheid. Het lijkt erop alsof de werkelijkheid is verplaatst naar het denken en dat de werkelijkheid nu gekend wordt door het denken erover, en niet meer door wat ze is. Met andere woorden zouden we kunnen stellen dat het “denkend verstand” dat ‘wat is’ vervangt door ‘wat erover gedacht wordt’. Terwijl het ‘werkend verstand’ bij het zuiver waarnemen blijft. Wanneer een situatie dan actie vereist, vertrekt het ‘werkend verstand’ van ‘wat is’ en haalt het ook daar zijn inspiratie en daadkracht uit.

Er bestaat geen universele unieke methode om het denken stop te zetten. Er bestaan oneindig veel kleine trucjes, hulpmiddeltjes om je aandacht te richten op het bewustzijn van Zijn. En eigenlijk kan alles een hulpmiddel zijn, is alles een uitnodiging tot… Voor de ene zal dit werken, voor de andere weer iets anders. Ieder moet voor zich uitmaken wat het beste werkt en dan ook nog opletten dat hetgeen wat gewerkt heeft, dat dat dan niet een soort nieuw stroef geloof gaat worden, waar we ons heel strikt gaan aan houden, want dan zijn we ons opnieuw aan het opsluiten in een nieuw concept … ons denken zal op alles proberen aanspraak te maken om toch maar zijn ding te kunnen doen!!! Het denkego is heel sterk, ook al is het slechts een illusie, het is er een heel hardnekkige, even hardnekkig als het verstand krachtig is.

Alleen al in staat zijn om naar ons denken te kijken, of naar die stem in ons hoofd te luisteren, er ons van bewust te worden, is al voldoende opdat het denken minder macht over ons zou hebben. We zijn er ons nu immers van bewust dat ‘ik’ (wie of wat we zijn) het denken niet is. We identificeren ons er niet meer mee. Er ontstaat een breuk met het oude patroon. Er ontstaat een bewust moment van niet-denken. We beseffen dat het denken gewoon gebeurt, maar dat we dat niet zijn. We kunnen ernaar kijken. Datgene in ons dat ernaar kijkt, is ons diepere zelf, die bewuste aanwezigheid, die er altijd is, maar waar we ons eerst niet van bewust waren, omdat ons denken steeds op de voorgrond voor storing zorgde. Die bewuste aanwezigheid is de stille achtergrond waartegen alles gebeurt.

Terwijl we in staat zijn om naar ons denken te kijken merken we geleidelijk aan dat de gedachte die we aan het observeren zijn snel aan macht over ons verliest omdat we ons er niet meer mee identificeren. Hier begint het einde van het dwangmatig denken. Hier kan heel geleidelijk aan het fantaserend/denkend verstand tot rust komen. Dat gebeurt niet ineens, en stopt niet van het ene moment op de andere, maar naarmate we er meer en meer aandacht aan schenken, er meer en meer naar kijken, zal het ook minder en minder actief zijn. Het verliest zijn macht over ons en zal uiteindelijk tot rust komen. Op een zekere dag kan het zelfs zijn dat de stem in ons hoofd een glimlach teweegbrengt. Dat betekent dat we de inhoud van ons denken niet meer zo serieus nemen, omdat we ons minder en minder met dat denken gaan identificeren. We zijn niet meer afhankelijk van onze gedachten. Naarmate het denkend verstand rustiger wordt, zal ook het werkend verstand beter en beter functioneren en zullen we in ons dagelijks leven efficiënter, rustiger en creatiever kunnen zijn.
Het zal zelfs zo zijn dat, zelfs als ons denken bezig is en op de voorgrond komt, we ons nog steeds van de stille achtergrond zullen bewust zijn; het denken mag dan nog actief zijn, het zal de vredige stille achtergrond niet meer verdrijven.





Als we ons denken tot rust kunnen brengen, worden we ook automatisch heel rustig en vredig vanbinnen. Worden we bevrijd van alle problemen waarmee ons denken zich bezighield, of beter gezegd, ‘creëerde’, en beseffen we, herkennen we als het ware, wat een vrijheid we vanbinnen hebben. Vrijheid die zich te kennen geeft van zodra het denken stopt. Vrijheid die er altijd al geweest was, maar die tot onze diepste diepte verdrongen werd door het denken dat steeds op de voorgrond actief was. Als we die stilte herontdekken, we ons die her-inneren, zullen we merken dat we ook heel vaak vanzelf veel dieper zullen gaan ademhalen, dat we gaan ademen met het leven mee, heel diep en heel rustig – alsof we ons opgelucht voelen, alle spanning loslaten. Het kan zijn dat we eens diep gaan zuchten. Misschien heet dat ook niet voor niets een zucht van verlichting . Het brengt ons ook ogenblikkelijk in het NU. Het laat ons ook een werkelijkheid ontdekken die we niet konden vermoeden, waarbij al hetgeen je voorheen als reëel beschouwde slechts weerspiegeling van de gedachtestroom was. Er ontstaat een kijk op de realiteit die zuiver is, een gewaarwording die niet beladen is door verstandelijke kennis. Kijken wordt zuiver zien, luisteren wordt zuiver horen. Alles, ook wijzelf, wordt volledig aanwezig en duizelingwekkend levendig, helemaal tegenwoordig in deze overvloed aan Stilte, en al hetgeen gezien, gehoord of ervaren wordt, kan plots gekend worden als hetgeen het is: het Zijn zelf … datzelfde Zijn dat ook wij zijn, dat alles is, onafgescheiden: Manifestatie van het ene Leven, of manifestatie van het Ene: het Leven.


Zuiver zien is het zien van de werkelijkheid zoals die is en niet zoals wij denken dat die is. Steve Hagen – Boeddhisme in alle eenvoud